le commentaire de Quovadisart.be  :

Un musée en chasse un autre : Le musée Fin-de-Siècle est le dernier né sur la scène des musées Bruxellois, mais cet heureux événement ne compense en rien la perte du Musée d’art moderne dont les oeuvres se morfondent quelque part dans des caves.   Espérons à l’abri d’infiltrations d’eau.

Mais on ne parle pas de deuil à un baptême et concentrons nous sur le bébé. Une chose est acquise: c’est de l’excellent city-marketing  et il attirera beaucoup de touristes qui passeront maintenant trois fois à la à la caisse à la rue de la Régence (collection, Magritte et Fin-de-Siècle), et créera plus de business que le contemporain pour les tiriors-caisse des hôteliers et des restaurateurs.

Le thème est parfait pour Bruxelles qui à cette période était un phare économique et culturel dans le monde ‘ civilisé ‘ de l’époque. De plus, la période est passionnante avec la mise à mort de l’académisme et la photographie naissante qui jouait les troubles fêtes et obligeant le artistes obsédés par le savoir-faire du rendu du réel à rechercher d’autres horizons bien plus excitants.

Pour la visite il faut savoir qu’il y a 3 étages et que la qualité va en crescendo: l’intérêt ne commence vraiment qu’à partir des cercles des XX et de La Libre Esthétique et la fête commence à battre son plein avec les Ensor, Seurat, Gauguin etc.

Avant cela il y a quelques salles avec des relents d’académisme et les affres pompiers du ‘réalisme social‘ : bon rappel du chemin parcouru depuis cette époque, mais pas ma tasse de thé.

oppressante de ‘parking souterrain amélioré’. Le nouveau musée a occulté la belle baie de lumière naturelle laissant les œuvres à la triste lumière des spots a.l.d. les faire vivre sous les changements de lumière. Le Luminisme en lumière artificielle! Un comble!

RVB_72dpi_Bonnard_6519dig_small_large@2x

Le communiqué du musée:

 

Ces œuvres témoigneront de la multitude des disciplines artistiques entre 1865, date de la fondation de la Société libre des Beaux-Arts et 1914.

Des peintres et des sculpteurs aussi renommés que Constantin Meunier, James Ensor, Henri Evenepoel, Fernand Khnopff, Léon Spilliaert ou encore Georges Minne témoignent de l’effervescence de cette période, qui s’est aussi manifestée dans tous les autres domaines de la création : littérature, opéra, musique, architecture, photographie ou poésie (Maurice Maeterlinck, Emile Verhaeren, Octave Maus, Victor Horta, Henri Van de Velde, Maurice Kufferath, Guillaume Lekeu, …). L’architecture Art Nouveau sera également évoquée, grâce à un outil de projection en 3D.

Situé en plein cœur de Bruxelles, là où entre 1884 et 1914 les expositions des cercles Les XX et La Libre Esthétique ont fait de la ville l’une des capitales artistiques de la fin du XIXe siècle, ce musée se distinguera par son caractère pluridisciplinaire, grâce à un partenariat avec la Bibliothèque royale, le Théâtre royal de la Monnaie, les Musées royaux d’Art et d’Histoire, la Cinematek, la Bibliotheca Wittockiana et la Fondation Roi Baudouin, ainsi que la Région Bruxelles-Capitale dont le dépôt de la collection Gillion Crowet constituera l’un des points forts du parcours.

Infos 

Musée Fin-de-Siècle Museum
rue de la Régence, 3
1000 Bruxelles

Téléphone : +32 (0)2 508 32 11
Adresse électronique : info@fine-arts-museum.be
Site web http://www.fin-de-siecle-museum.be

Mardi – dimanche : 10:00-17:00 Les caisses ferment à 16:30

Fermé les lundis et les jours suivants : 1er janvier, 2e jeudi de janvier, 1er mai, 1er novembre, 11 novembre, 25 décembre

Les 24 et 31 décembre, les Musées ferment à 14:00

Tarif normal : 8 € ; divers tickets combi

RVB_72dpi_Spilliaert_6622_small_large@2x

 

 

het commentaar van Quovadisart.be :

 

Een museum gaat , een ander neemt zijn plaats. Wij vieren de geboorte van het Fin-de-Siècle museum maar dit wist in geen jaren het gemis  van het verdwijnen  het vroegere Museum voor Moderne Kunst wiens werken ergens in donkere kisten – hopelijk zonder waterinfiltraties- op betere tijden wachten.

 

Maar men klaagt niet over het verleden bij een doopplechtigheid en laat ons het over de nieuwkomer hebben. Eén zaak is zeker : het is goede city-marketing, het museum zal ontzellelijk méér toeristen lokken die nu in de Regentstraat drie maal aan de kassa zullen passeren (Magritte, Fin-de-siècle , permanente collectie) en hun centjes gaan spenderen in Brusselse hotels en horeca. Cheers !

 

Het thema sluit perfect aan bij een Brussel dat in die periode aan de top stond van het economisch en cultureel leven; De periode is boeiend en vol omwentellingen : het academisme werd ten grave gedragen en de photographie veranderde totaal de manier van zien en schilderen van de kunstenaars waarbij het weergeven van de realiteit een secundair gegeven werd.

 

Om uw bezoek aan het museum te plannen moet U weten dat het museum drie verdiepingen beslaat en dat het pas echt boeiend wordt met de ‘salons des XX’ en La Libre Esthétique en dat het feest pas echt daarna begint bij Ensor, Seurat, Gauguin enz.

 

Voor dit Nirvana moet je door enkele zalen met werken die het academisme nog uitzweten en het ‘Sociaal Realisme’. Het zegt wel iets over de weg die in een Eeuw sociaal is afgelegd, maar not my cup of tea…

 

Dus, na Ensor volgen Khnopff, Redon, Rops, Spilliaert, Van Rysselberghe… ( eigenlijk meer een leuk werderzien van een aantal werken van het vorige museum) om te eindigen bij de prachtige zaal met de donatie Gillion Crowet. Naar verluid hebben de schenkers én de collectie geschonken én de inrichting van de zaal betaald. Het is ook de enige zaal die correct en coherent is ingericht. Voor de andere zalen baden wij in Belgische absurditeit : voor de renovatie van het museum in Tervuren gaan U en ik 51 mln uittrekken om het daglicht opnieuw op de werken doen schijnen. Wel, in Brussel doet men het omgekeerde : de prachtige patio (een technisch huzarenstukje) die aan de werken van het ondegrondse museum een natuurlijke belichting gaf is volledig verduisterd wat de zalen méér het cachet van een parking dan van een museum geeft. De prachtweken van het Luminisme onder het saaie licht van spots… Leg mij dat eens uit!

RVB_72dpi_Ensor_4194_small_1_large@2x

De aankondiging van het museum

Deze werken zullen de uiteenlopende artistieke disciplines reflecteren tussen 1865, het jaar waarin de Société libre des Beaux-Arts werd opgericht, en 1914.

Bekende beeldende kunstenaars zoals Constantin Meunier, James Ensor, Henri Evenepoel, Fernand Khnopff, Léon Spilliaert of Georges Minne weerspiegelen de opwinding van deze periode, die ook tot uiting kwam in alle andere creatieve gebieden: literatuur, opera, muziek, architectuur, fotografie of poëzie (Maurice Maeterlinck, Emile Verhaeren, Octave Maus, Victor Horta, Henry Van de Velde, Maurice Kufferath, Guillaume Lekeu,…). Art Nouveau-architectuur zal ook worden belicht, via 3D-projecties.

Het nieuwe museum ligt in het hart van Brussel, een van de artistieke hoofdsteden van de late negentiende eeuw dankzij de tentoonstellingen van salons als Les XX en La Libre Esthetique tussen 1884 en 1914.  Het museum zal zich onderscheiden door haar multidisciplinaire karakter, via samenwerkingen met de Koninklijke Bibliotheek, de Koninklijke Muntschouwburg, de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Cinematek, de Bibliotheca Wittockiana, de Koning Boudewijnstichting en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest met het depot van de collectie Gillion Crowet, dat een van de hoogtepunten van het parcours zal vormen.

Practisch

Musée Fin-de-Siècle Museum
Regentschapsstraat 3
1000 Brussel

Telefoonnummer: +32 (0)2 508 32 11
E-mailadres: info@fine-arts-museum.be
Website http://www.fin-de-siecle-museum.be

open :Dinsdag tot en met zondag: van 10 tot 17u  De kassa’s sluiten om 16.30u;Gesloten op maandag en volgende feestdagen: 1 januari, de 2de donderdag van januari, 1 mei, 1 november, 11 november, 25 december  Op 24 en 31 december sluiten de Musea om 14u

normaal tarief : 8 € ; combitarieven mogelijk