


Les amateurs d’art de la Renaissance et du début du baroque vont se délecter au M Leuven avec l’exposition Scultori Fiamminghi. Précisons que la Flandre — c’est-à-dire les Pays-Bas de l’époque — englobait également le nord de la France (Arras, Boulogne, Lille…) et, bien sûr, la Hollande. Cette magnifique exposition nous rappelle que bon nombre de chefs-d’œuvre conservés à Florence et à Rome sont l’œuvre d’artistes de nos régions, émigrés ou de passage au pays de Michel-Ange.
Surtout pendant la période de l’iconoclasme, qui a débuté en 1566 à Steenvoorde, nombre de ces artistes ont cherché fortune ailleurs. Leur méthode de travail (ateliers structurés, spécialisation, division du travail) constituait un modèle économique redoutablement concurrentiel face aux Italiens, qui travaillaient davantage de manière individuelle.
Après cette période trouble, beaucoup sont rentrés au pays. Ils sont à l’origine de nos plus grands chefs-d’œuvre de l’époque baroque, alors qu’Anvers vivait son âge d’or.
Il faut aussi savoir que les pistes sont souvent brouillées, les noms ayant été italianisés : par exemple, Jean de Boulogne est devenu Giambologna, et Pierre Franqueville, Pierre Francavilla. Vous découvrirez ainsi cinq salles remplies de merveilles sculpturales, dont l’Enlèvement des Sabines, de superbes putti et de nombreux retables sculptés dans l’ivoire ou d’autres matériaux nobles.
Petit bémol toutefois : les textes d’accompagnement croient bon de devoir justifier à chaque instant que la représentation de la femme à l’époque différait de celle de notre ère post-féministe et inclusive. Cela relève de l’évidence historique, mais il semble aujourd’hui indispensable de se profiler en gardien de la pudeur.
Liefhebbers van renaissance- en vroegbarokke kunst kunnen hun hart ophalen in M Leuven met de tentoonstelling Scultori Fiamminghi. Ter verduidelijking: Vlaanderen — dat wil zeggen de Nederlanden van die tijd — omvatte destijds ook het noorden van Frankrijk (Atrecht, Bonen, Rijsel…) en natuurlijk Holland. Deze prachtige tentoonstelling herinnert ons eraan dat heel wat meesterwerken in Florence en Rome het werk zijn van kunstenaars uit onze streken, die geëmigreerd waren of op doorreis waren in het land van Michelangelo.
Vooral tijdens de periode van de Beeldenstorm, die in 1566 begon in Steenvoorde, zochten veel van deze kunstenaars hun geluk elders. Hun werkwijze (gestructureerde ateliers, specialisatie, taakverdeling) vormde een uiterst concurrentieel economisch model tegenover de Italianen, die meer individueel te werk gingen.
Na deze troebele periode keerden velen terug naar hun vaderland. Zij stonden aan de wieg van onze grootste meesterwerken uit de barokperiode, toen Antwerpen zijn Gouden Eeuw beleefde.
Men moet ook weten dat de sporen vaak uitgewist zijn omdat de namen geïtaliaanseerd werden: zo werd Jean de Boulogne Giambologna, en Pierre Franqueville Pierre Francavilla. Zo ontdekt u vijf zalen vol beeldhouwkundige pracht,waaronder De Maagdenroof (De Raap van de Sabijnse Maagden), prachtige putti en talrijke retabels gesneden uit ivoor of andere edele materialen.
Eén klein minpuntje toch: de begeleidende teksten vinden het nodig om bij elke gelegenheid te verantwoorden dat de representatie van de vrouw in die tijd verschilde van die in ons postfeministische en inclusieve tijdperk. Dat is historisch gezien een vanzelfsprekendheid, maar vandaag lijkt het onmisbaar om zich te profileren als hoeder van de welvoeglijkheid.
Discover more from Quovadisart.be
Subscribe to get the latest posts sent to your email.



