La moindre des choses que l’on puisse dire à propos de Jean Brusselmans (1884-1953) est qu’il est resté d’une fidélité absolue à son credo artistique : ordonner le chaos et simplifier le monde qui nous entoure. Attention toutefois : simplifié ne veut pas dire naïf !

Le fauvisme et son amitié avec Rik Wouters, puis l’expressionnisme flamand et le modernisme de Fernand Léger, n’ont été que des influences passagères et marginales, qui n’ont jamais fait dévier l’artiste d’un iota. Dans son expressionnisme, il n’y a d’ailleurs aucune place pour le pathos si cher à l’école flamande. Qu’il s’agisse de ses innombrables vues du Pajottenland depuis sa demeure, de ses marines peintes à Ostende ou à Zeebrugge, de ses intérieurs, de ses portraits ou de ses nus, chaque œuvre témoigne de sa continuité inébranlable. Il a vu défiler toutes les avant-gardes sans jamais modifier sa trajectoire.
Cette singularité est particulièrement bien mise en lumière par la confrontation avec un paysage de Mondrian daté de 1911, qui annonce déjà l’abstraction — une voie dont Brusselmans s’abstiendra tout au long de sa carrière. Une posture qui soulève une question essentielle : un artiste doit-il impérativement obéir à l’air du temps et aux diktats des avant-gardes ? Ayant atteint sa pleine maturité dans les années 1930, Brusselmans a poursuivi son œuvre rigoureuse jusqu’à sa mort en 1953, à l’exception notable de ses deux dernières années où il s’est laissé aller à des toiles empreintes d’une « tendre ironie ».
En pratique : Si vous décidez d’aller voir l’exposition, nous vous recommandons vivement d’acheter vos billets en ligne. Sur place, la billetterie est souvent synonyme de double complication : les détenteurs du MuseumPass doivent s’acquitter d’un supplément de deux euros, et surtout, le pass ne donne droit qu’à une seule exposition par jour. De quoi provoquer de houleuses discussions tandis que les files d’attente s’allongent interminablement.
Het minste wat je over Jean Brusselmans (1884-1953) kunt zeggen, is dat hij zijn artistieke credo altijd trouw is gebleven: orde scheppen in de chaos en de wereld om ons heen vereenvoudigen. Let wel: vereenvoudigd betekent niet naïef!
Het fauvisme en zijn vriendschap met Rik Wouters, later gevolgd door het Vlaamse expressionisme en het modernisme van Fernand Léger, bleken niet meer dan marginale, voorbijgaande invloeden die de kunstenaar nooit een duimbreed hebben doen afwijken. In zijn expressionisme is bovendien geen plaats voor het pathos dat de Vlaamse school zo dierbaar is. Of het nu gaat om zijn ontelbare zichten op het Pajottenland vanuit zijn woning, zijn marines geschilderd in Oostende of Zeebrugge, zijn interieurs, portretten of naakten: elk werk getuigt van zijn onwrikbare lijn. Hij heeft alle avant-gardes aan zich voorbij zien trekken zonder ook maar iets te veranderen.
Die singulariteit wordt treffend in de verf gezet door de confrontatie met een landschap van Mondriaan uit 1911, dat de abstractie al aankondigt — een pad dat Brusselmans zijn hele carrière links zou laten liggen. Dit roept een fundamentele vraag op: moet een kunstenaar zich nu per se schikken naar de geest van de tijd en de dictatuur van de avant-gardes? Brusselmans, die zijn volle rijpheid bereikte in de jaren 1930, zette zijn rigoureuze oeuvre voort tot aan zijn overlijden in 1953, op de laatste twee jaar na waarin hij zich overgaf aan doeken vol ‘milde ironie’.

Praktisch: Wie besluit om de tentoonstelling te gaan bekijken, raden we ten zeerste aan om de tickets vooraf online te kopen. Aan de kassa is het immers vaak dubbel behelpen: houders van een MuseumPass moeten twee euro bijbetalen, en bovendien geeft de pas maar toegang tot één tentoonstelling per dag. Goed voor heel wat oponthoud en verhitte discussies terwijl de wachtrijen eindeloos lang worden.
Discover more from Quovadisart.be
Subscribe to get the latest posts sent to your email.



