En allant visiter l’exposition Robert Doisneau à La Boverie à Liège, je pensais ne rien voir de nouveau, croyant bien connaître l’œuvre du photographe humaniste français célèbre pour son « Baiser de l’Hôtel de Ville ». Erreur ! J’ai découvert un tout nouveau Doisneau, contemporain, voire précurseur de beaucoup de photographes majeurs comme Robert Frank, Walker Evans, ou Édouard Boubat. Ce qui est fascinant, c’est que dans tous ces clichés ( un choix de 400 sur prés dun demi million), il y a un punctum, ce petit quelque chose parfois indescriptible qui fait la différence entre une photographie banale et une œuvre d’art. On se demande parfois comment si ce n’est pas mis en scène : par exemple, cette dizaine de garçons face à un urinoir de collège avec un pigeon qui s’est posé sur la tête de l’un d’eux. À Liège, on découvre également ses portraits d’artistes (Picasso, Brancusi, César, Duchamp, Léger, Dubuffet, Le Corbusier…) et son travail pour la publicité (il faut bien vivre), ainsi que quelques photos prises à Liège, dont des portraits de Simenon et des vues spectaculaires de la Tour cybernétique, œuvre monumentale de Nicolas Schöffer. Petit bémol : c’est fort cher (16,50 €). La carte musée n’est pas valable, pas de prix spéciaux, bref, cela sent la chasse au fric. Heureusement que l’exposition en vaut vraiment la peine.

Toen ik de tentoonstelling van Robert Doisneau in La Boverie in Luik ging bezoeken, dacht ik niets nieuws te zullen zien, omdat ik meende het werk van de Franse humanistische fotograaf, beroemd om zijn « Kus aan het Stadhuis », goed te kennen. Fout! Ik ontdekte een compleet nieuwe Doisneau, hedendaags, en zelfs een voorloper van veel belangrijke fotografen zoals Robert Frank, Walker Evans en Édouard Boubat. 400 beelden zijn te zien, een keuze uit bijna een half miljoen! Wat fascinerend is, is dat in al deze beelden een punctum zit, dat kleine, soms onbeschrijflijke iets dat het verschil maakt tussen een banale foto en een kunstwerk. Je vraagt je soms af of het niet geënsceneerd is: bijvoorbeeld die tientallen jongens voor een schoolurinoir met een duif die op het hoofd van een van hen is geland. In Luik ontdekken we ook zijn kunstenaarsportretten (Picasso, Brancusi, César, Duchamp, Léger, Dubuffet, Le Corbusier…) en zijn werk voor reclame (je moet toch leven), evenals enkele foto’s genomen in Luik, waaronder portretten van Simenon en spectaculaire uitzichten op de Cybernetische Toren, een monumentaal werk van Nicolas Schöffer.

Klein minpuntje: het is erg duur (€ 16,50). De museumkaart is niet geldig, er zijn geen speciale prijzen, kortom, het ruikt naar een geldmachine. Gelukkig is de tentoonstelling het absoluut waard.