Implanté au cœur du quartier populaire des Marolles à Bruxelles, l’Art et Marges musée est né à la fin des années 1980 pour offrir une visibilité aux artistes autodidactes, hors des sentiers battus du circuit officiel, et défendre un art outsider brut et singulier constitué au fil du temps par un fonds de plus de 4 000 œuvres. Avec l’exposition temporaire Le musée des musées, l’institution tente un exercice ambitieux : déconstruire le concept même du musée, ses typologies et ses catégories scientifiques, en transformant l’espace d’exposition en une sorte de plaine de jeux ludique ouverte sur la marge. Si l’intention de décloisonner est louable, le projet souffre d’un excès d’ambition mal canalisé, d’autant plus que les textes d’introduction manquent de clarté pour expliciter cette démarche théorique. Qui embrasse trop mal étreint, et n’est pas Marcel Broodthaers qui veut : là où l’artiste belge réussissait, il y a plus d’un demi-siècle avec son Musée d’Art Moderne – Département des Aigles, un exercice brillant, ciblé et autrement plus percutant de critique institutionnelle, l’exposition accumule ici simultanément la remise en question du musée, la contestation du cloisonnement des genres et la question complexe de la frontière entre art brut et art contemporain. En voulant tout embrasser à la fois, le parcours perd en lisibilité ; se concentrer sur un seul axe, comme la lisière fragile séparant l’art brut de l’art institutionnellement reconnu, aurait pourtant suffi à nourrir le propos et à offrir des repères plus stricts à des visiteurs désorientés face au manque de cap explicite.

Rue Haute 314

6€

Gelegen in het hart van de volkswijk de Marollen in Brussel, zag het Art et Marges musée eind jaren tachtig het licht om zelflerende kunstenaars – ver buiten de begane paden van het officiële circuit – zichtbaarheid te bieden en op te komen voor een ruwe en eigenzinnige outsiderkunst die in de loop der tijd is opgebouwd uit een collectie van meer dan 4.000 werken. Met de tijdelijke tentoonstelling Le musée des musées waagt de instelling zich aan een ambiciøse oefening: het concept van het museum zelf, de typologieën en de wetenschappelijke categorieën deconstrueren door de tentoonstellingsruimte te transformeren in een soort speeltuin die openstaat voor de marge. Hoewel de intentie om hokjes te doorbreken lof verdient, lijdt het project aan een slecht gekanaliseerde overambitie, des te meer omdat de inleidingsteksten helderheid ontberen om deze theoretische benadering toe te lichten. Wie te veel hooi op zijn vork neemt, behoudt weinig grip, en men is niet zomaar Marcel Broodthaers: waar de Belgische kunstenaar ruim een halve eeuw geleden slaagde in een briljante, gerichte en stukken krachtigere oefening in institutionele kritiek met zijn Musée d’Art Moderne – Département des Aigles, stapelt deze tentoonstelling tegelijkertijd de herbezinning op het museum, het ter discussie stellen van de hokjesgeest en de complexe kwestie van de grens tussen outsiderkunst en hedendaagse kunst op. Door alles tegelijk te willen omvatten, verliest het parcours aan leesbaarheid; je concentreren op één enkele as, zoals de fragiele grens die outsiderkunst scheidt van institutioneel erkende kunst, was nochtans voldoende geweest om het verhaal te voeden en strengere bakens te bieden aan bezoekers die gedesoriënteerd raken door het gebrek aan een expliciete koers.

Hoogstraat 314

6 €